Construct in SPSS

Er zijn weleens variabelen waar we uitspraken over willen doen, die niet in één keer te meten zijn. Dit omdat een concept bijvoorbeeld te abstract is (“tevreden”), te complex (“zelfvertrouwen”) of op meerdere manieren op te vatten is (“geluk”). Er zijn hier veel voorbeelden van en worden vaak in de literatuur latente variabelen genoemd. Dit betekent dat de variabele niet direct te observeren is. In plaats daarvan meet je dit door aan de hand van een aantal indicatoren. Indicatoren zijn gewoon weer variabelen. Samen meten de indicatoren een concept / een latente variabele. Een ander woord voor het geheel samen is een construct.

Werken met een construct in SPSS

In vragenlijsten is een construct vaak opgebouwd uit meerdere vragen die op hun beurt stuk voor stuk die indicatoren meten. In de Nationale Studenten Enquête wordt hier bijvoorbeeld gebruik van gemaakt.

Een voorbeeld uit deze vragenlijst van een construct is Studierooster. Studierooster wordt gemeten aan de hand van 4 indicatoren: (1) het tijdig bekendmaken van de studieroosters, (2) het tijdig bekendmaken van wijzigingen in het studierooster (3) de studeerbaarheid van het studierooster (bijv. spreiding en tijdstippen), en (4) het aantal in het studieprogramma geroosterde onderwijsuren. Deze vier vragen worden allemaal beantwoord en uiteindelijk wordt er in de resultaten gesproken over de tevredenheid met betrekking tot het studierooster en niet over de vier onderliggende variabelen. Hoe werkt dat?

Opbouw construct

Allereerst wordt een construct opgebouwd aan de hand van theorie en ervaring van onderzoekers en mensen uit de populatie. Laten we er vanuit gaan dat deze vier indicatoren inderdaad een bijdrage leveren aan de tevredenheid met het studierooster. Laten we ook aannemen dat ze alle vier ongeveer even belangrijk zijn en dat er geen indicator is vergeten. Dan ziet het er schematisch ongeveer zo uit.

Construct in SPSS schematische weergave
Schematische weergave construct in SPSS

Construct in een vragenlijst

De volgende stap is dat het construct uitgevraagd wordt. In de NSE worden de vier stellingen uitgevraagd met de vraag hoe tevreden de student is. De antwoordopties zijn: 1 t/m 5 1=zeer ontevreden; 5=zeer tevreden; 6=n.v.t.. De 6 wordt na afloop als missing value neergezet (lees hier meer over omgaan met escape opties)

Interne consistentie van een construct

Een van de eerste zaken die je tijdens de analyse moet controleren is of een construct wel intern consistent is. Dit betekent dat je gaat kijken of de vier indicatoren/variabelen wel (ongeveer) hetzelfde meten. Dit wordt ook wel construct validiteit genoemd. In SPSS kan dit eenvoudig worden berekend door de Cronbach’s Alpha. Deze maat kun je in SPSS vinden in het menu Analyze/Scale/Reliability Analysis… In dit menu geef je aan welke variabelen volgens jou een construct meten en SPSS controleert de interne consistentie aan de hand van de Alpha. Hieronder zie je een screenshot van het menu.

Construct testen met Cronbach's Alpha
Testen op Cronbach’s Alpha in SPSS

In de regel wordt een Cronbach’s Alpha van 0,7 of hoger gezien als een positieve score. Je kunt dan aangeven dat de onderliggende indicatoren intern consistent zijn.

Berekenen van een construct in SPSS

Nu wil je uiteraard een uitspraak doen over het construct zelf. We hebben van ter voren de (gemakkelijke) aanname gemaakt dat de verschillende onderliggende indicatoren even zwaar wegen. Dit betekent dat we voor elke respondent een score kunnen berekenen via Transform/Compute. Daarmee kun je zelf berekeningen maken (lees hier meer over deze optie) We hebben daarin twee verschillende opties. Geen van de opties is goed of fout, denk wel aan de verantwoording die je opstelt. Het verschil zit hem in hoe je omgaat met respondenten die een variabele niet hebben ingevuld. Stel een student vult slechts 3 van de 4 vragen in… mag deze dan mee in de berekening van het construct?

Optie 1 alle indicatoren ingevuld
Als je puur een construct wilt berekenen over de indicatoren die zijn ingevuld en de respondenten wilt uitsluiten die 1 van de 4 (of meer) niet hebben ingevuld, maak je gewoon een simpele berekening in Compute. Hieronder zie je de berekening, de 4 variabelen optellen en delen door 4. SPSS neemt dan automatisch geen respondenten mee die missing values hebben in 1 van de 4 variabelen.

Voorbeeld berekening van een construct
Berekenen via compute

Optie 2 alle respondenten
Wil je wel alle respondenten, ook al hebben ze slechts 2 van de 4 ingevuld? Dan moet je kiezen voor de MEAN optie in Compute. Deze kun je vinden onder Function Group: Statistical en Functions and Special Variables: Mean. SPSS berekent dan een gemiddelde over de vier variabelen maar houdt rekening met missing values. Met andere woorden, als iemand er slechts 2 heeft ingevuld, berekent SPSS de totaal score gedeeld door 2. Heeft de respondent er 3 ingevuld wordt het de totaal score gedeeld door 3.

Construct berekenen in SPSS
Construct berekenen via Compute

Resultaat

De berekening heeft er voor gezorgd dat je per respondent een constructscore hebt, oftewel de tevredenheid over de studieroosters per student. Nu kun je simpel een gemiddelde berekenen voor de hele dataset. Uiteraard kun je dit voor verschillende opleidingen splitsen, zoals gebeurt bij de NSE. Lees hier meer over het vergelijken van gemiddelden.

Een lang verhaal kort

Een construct wordt in de regel gemaakt voor een concept wat we niet in één keer kunnen observeren / meten. De indicatoren worden over het algemeen samengesteld op basis van theorie en ervaring. Controleer tijdens je analyse altijd eerst of de interne consistentie hoog genoeg is en voeg dan het construct samen. Hierna kun je uitspraken doen over het concept waar jij naar op zoek bent. Succes!